

Het was een avond in oktober,
de wind floot door de straat Een dappere dame bij haar koelkast,
waar iets verdachts te wachten staat Een blokje kaas,
zo klein, zo fijn,
een centimeter groot misschien Ach zonde om dit weg te gooien,
er is toch niets te zien
Ze nam een hap,
ze keek tevree, wat ben ik toch zo wijs Maar diep vanbinnen
riep haar maag: o nee wat een bewijs!
Wat zullen we doen met die beschimmelde kaas?
Wat zullen we doen met die beschimmelde kaas?
Wat zullen we doen met die beschimmelde kaas?
Gooi hem weg, gooi hem weg!
Hé, ho! De kaas moet gaan!
Hé, ho! Laat hem niet meer staan!
Hé, ho! Mijn buik zegt: Nee!
En die kaas gaat niet meer mee!
(Hé! Ho! Hé! Ho!)
Daar begon het grote rommelen,
de buik werd een trompet De darmen speelden wilde muziek,
geen mens die rustig lette
De maag riep: Verraad,
ik ben bedrogen, een nacht vol narigheid!
Geen ridder kwam haar redden,
geen prins verscheen op tijd Ze zocht een warm café in de
koude duisternis
De kaas had haar tot ridder gemaakt van grote hindernis!
Wat zullen we doen met die beschimmelde kaas?
Wat zullen we doen met die beschimmelde kaas?
Wat zullen we doen met die beschimmelde kaas?
Gooi hem weg, gooi hem weg!
Hé, ho! De kaas moet gaan!
Hé, ho! Laat hem niet meer staan!
Hé, ho! Mijn buik zegt: Nee!
En die kaas gaat niet meer mee!
Daar zag zij in de verte licht,
een herberg aan het plein
Daar moet ik wezen,
riep de dame, daar zal mijn redding zijn!
Maar de herbergier liep snel vooruit en kende haar leed niet
Ze holde door de straten in de wind en haar verdriet De
troubadour pakte zijn luit: dit zingen we gezwind Een kaasblokje van één
centimeter velt wie het verslindt!
Toen sprak de dame bij het ochtendgloren,
fier en fijn: Ik hoef niet elke rest te redden,
ik mag mild voor mezelf zijn!
Mijn buik is geen vuilniswagen,
geen openbaar museum Geen opvang voor verdachte kaas,
geen schimmel-colosseum!
Ik ben een koningin,
een krijger, dansend door het jaar
Voortaan geldt in het koninkrijk: geen bedorven kaasgevaar!
Wat zullen we doen
met die beschimmelde kaas?
Wat zullen we doen met die beschimmelde kaas?
Wat zullen we doen
met die beschimmelde kaas?
Gooi hem weg,
gooi hem weg!
Hé, ho! De kaas moet gaan!
Hé, ho!
Laat hem nooit meer staan! (hoera!)